Dagvaarding
Heb je een dagvaarding ontvangen van het Openbaar Ministerie? Lees hier wat dit voor jou betekent.
Een dagvaarding is een oproep om te verschijnen voor de rechter. In de dagvaarding staat vermeld waarvan je wordt verdacht, op welke dag en tijdstip je zaak wordt behandeld en bij welke rechtbank. Daarnaast wordt er o.a. in de dagvaarding vermeld dat je het recht hebt om je te laten verdedigen door een advocaat, dat je getuigen mag oproepen en dat je een verzoek mag doen tot uitstel van de zitting.
Politierechter of meervoudige kamer
Je strafzaak kan worden behandeld door de politierechter of door de meervoudige kamer. Zaken die wat eenvoudiger zijn en waarvoor de rechter niet meer dan één jaar gevangenisstraf mag of zal opleggen, worden meestal bij de politierechter behandeld. De politierechter is één rechter en doet direct na de zitting mondeling uitspraak. Na de zitting heb je 14 dagen de tijd om eventueel hoger beroep in te stellen.
Is het dossier van een strafzaak wat groter dan gebruikelijk, complexer of zijn er bijvoorbeeld meerdere verdachten, dan kan het Openbaar Ministerie ervoor kiezen om je zaak te laten voorkomen bij de meervoudige kamer. Dit betekent dat er drie rechters zullen oordelen over jouw strafzaak. De uitspraak wordt in dat geval pas 14 dagen later gedaan. Je hoeft niet aanwezig te zijn bij deze uitspraak.
Kantonrechter
Je kunt ook worden opgeroepen om te verschijnen bij de kantonrechter. Daar worden kleine zaken behandeld, zoals lichte verkeersovertredingen.
De zitting
Bij de politierechter en de meervoudige kamer worden strafzaken op dezelfde manier behandeld. De rechter neemt het dossier met je door en jij mag daarop reageren, maar dit hoeft niet vanwege het zwijgrecht. Ook de officier van justitie en je advocaat mogen vragen stellen aan jou of opmerkingen maken over het dossier. Nadat het dossier is doorgesproken, worden je persoonlijke omstandigheden besproken. Onderwerpen die daarbij aan bod kunnen komen zijn bijvoorbeeld; werk, studie, inkomen, verslavingen, mentale of fysieke gezondheid. Deze informatie is voor de rechter van belang om te weten welke eventuele straf passend kan zijn. Ook hierbij mag je advocaat aanvullingen doen.
Nadat het dossier en je persoonlijke omstandigheden zijn doorgesproken, mag de officier van justitie vertellen hoe hij/zij tegen de zaak aan kijkt en formuleert daarbij een strafeis. Vervolgens mag je advocaat je verdedigen. Nadat de officier van justitie en je advocaat allebei de mogelijkheid hebben gehad om tweemaal hun verhaal te doen, heb jij het recht op het laatste woord. Na jouw laatste woord, sluit de rechter het onderzoek ter terechtzitting. Bij de politierechter wordt op dat moment direct mondeling uitspraak gedaan, bij de meervoudige kamer gebeurt dit pas na 14 dagen.
Straffen
De rechter kan verschillende straffen opleggen. De hoofdstraffen zijn: geldboete, taakstraf, gevangenisstraf. Deze straffen kunnen (deels) voorwaardelijk worden opgelegd. Dan wordt er een proeftijd gekoppeld aan de voorwaardelijke straf, waarin je geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. Gebeurt dit laatste alsnog, dan kan in een nieuwe procedure aan de rechter worden gevraagd om de voorwaardelijke straf alsnog aan je op te leggen. Er kunnen ook bijzondere voorwaarden worden gekoppeld aan een voorwaardelijke straf. Dan bepaalt de rechter dat je bijvoorbeeld een behandeling moet krijgen of toezicht krijgt van de reclassering. Aan die bijzondere voorwaarden moet je je ook houden gedurende de proeftijd. Doe je dit niet, dan kan alsnog aan de rechter worden gevraagd om de voorwaardelijke straf aan je op te leggen.
Naast hoofdstraffen zijn er nog andere soorten straffen die een rechter mag opleggen. Zo kan er bijvoorbeeld worden bepaald dat je rijbevoegdheid wordt ontzegd, dat crimineel vermogen moet worden terugbetaald of dat inbeslaggenomen goederen niet worden teruggegeven.
De politierechter mag gevangenisstraffen opleggen tot maximaal één jaar. De meervoudige kamer mag ook maatregelen opleggen, zoals een TBS-maatregel of ISD-maatregel (inrichting voor stelselmatige daders).
Vordering benadeelde partij
Iemand die tegen jou aangifte heeft gedaan heeft het recht om een verzoek tot schadevergoeding in te dienen. Dit verzoek wordt tijdens de zitting behandeld. De aangever mag dit tijdens de zitting nog toelichten of aanvullen. De aangever mag zich daarbij laten bijstaan door een advocaat en/of door slachtofferhulp. De rechter oordeelt uiteindelijk bij uitspraak of de schadevergoeding moet worden betaald en welk bedrag dat is.
Hoger beroep
Ben je het niet eens met de uitspraak van de rechter, dan kun je hiertegen in hoger beroep. Je zaak wordt op een later tijdstip behandeld bij het gerechtshof, waarna opnieuw uitspraak wordt gedaan.
Cassatie
Heeft het gerechtshof in hoger beroep uitspraak gedaan en ben je het daar niet mee eens? Dan kun je nog cassatie instellen. Hiervoor heb je een cassatie advocaat nodig. De zaak wordt schriftelijk behandeld.
